Recruitment is volgens Geert-Jan Waasdorp van Intelligence Group een van de goedkoopste middelen om verzuim te voorkomen. Voor elke euro aan recruitment geeft een werkgever vijf euro uit aan afscheid, twintig aan flexibele arbeid en vijftig aan ziekteverzuim. Toch noemt bijna iedereen quality of hire de belangrijkste KPI, terwijl nog geen derde die meet.
Geert-Jan Waasdorp werkt sinds 1999 met arbeidsmarktdata. Het kloppende hart van zijn ondernemingen is Intelligence Group, dat volgend jaar 25 jaar bestaat en werkgevers, recruitmentteams en bureaus in heel Europa van arbeidsmarktdata voorziet. Daaromheen zitten onder meer de Academie voor Arbeidsmarktcommunicatie en Arbeidsmarktkansen. In deze aflevering van Selection Talks vertelt hij aan Stefan van Duin waarom recruitment de poortwachter tegen verzuim is, waar de grootste krapte zit en waarom recruiters vaker met hun doelgroep moeten lunchen.
Q: Wat doet Intelligence Group precies?
A: Geert-Jan Waasdorp legt het zelf het liefst simpel uit. Intelligence Group levert informatie en data aan bedrijven en recruitmentteams die mensen zoeken, en aan mensen die een baan zoeken. Het bureau bemiddelt zelf niet. Het doel is dat werkgevers overal in Europa de beste mensen kunnen werven. Waasdorp werkt sinds 1999 met arbeidsmarktdata en Intelligence Group bestaat volgend jaar 25 jaar. Daaromheen zitten onder meer de Academie voor Arbeidsmarktcommunicatie, een recruitersnetwerk en Arbeidsmarktkansen.
Q: Hoe helpt arbeidsmarktdata flexwerkers aan een hypotheek?
A: Via Arbeidsmarktkansen, volgens Waasdorp een van de mooiste dingen die bijna niemand kent. Flexwerkers kunnen vaak geen vaste loonstroken laten zien. Met een analyse van hun arbeidsmarktwaarde en kansen krijgen ze een rapport waarmee ze bij een hypotheekverstrekker terechtkunnen. Volgens Waasdorp gebruiken alle banken het. Om zover te komen moest het product langs de toezichthouders en de compliance-afdelingen van elke bank. Dat traject is al tien jaar geleden doorlopen.
Q: Wanneer is een bedrijf succesvol volgens Geert-Jan Waasdorp?
A: Als mensen er met plezier komen werken en klanten blij zijn. Geld verdienen is prettig, maar succes meet hij niet af aan de vraag of hij het bedrijf straks voor de hoofdprijs kan verkopen. Hij houdt van ambitie, nieuwe dingen doen, groeien en de markt een beetje uitdagen. Toen hij vijftien jaar ondernemer was, schreef hij vijftien hoogtepunten op. Ze hadden allemaal te maken met dingen die hij samen met collega's deed, nooit met grote deals of winst. De dieptepunten zitten volgens hem ook altijd aan de menskant, bijna nooit aan de productkant.
Q: Wat heeft Geert-Jan Waasdorp als ondernemer moeten leren?
A: Tot tien tellen, zegt hij, en dat lukt nu. Vijftien jaar geleden vroeg men of je parttime werkte als je om half acht naar huis ging. Nu is het rond zes uur leeg op kantoor. Intelligence Group is geen urenfabriek maar heeft terugkerende business, dus met goede planning doe je binnen een werkweek veel. Hij raakt ook minder snel in paniek. Waar hij twintig jaar geleden vier dagen nodig had om een tegenslag te verwerken, is hij nu binnen vier uur hersteld. Een concurrent waar je echt tegenaan kunt boksen haalt volgens hem het beste uit jezelf en je team, te makkelijk omzet maken maakt lui. En waar hij vroeger mensen naar huis stuurde die zonder jasje kwamen, loopt er nu een hond rond op kantoor.
Q: Welke trends ziet Geert-Jan Waasdorp nu op de arbeidsmarkt?
A: AI, verzuim en jongeren. Verzuim zag Intelligence Group al twee jaar in de data terugkomen, en het wordt nu pas opgepikt. Over jongeren maakt hij zich zorgen. Er zijn volgens hem 62.500 jongeren die naar school zouden moeten gaan, maar dat niet doen en ook geen thuisonderwijs krijgen. Ook staan veel statushouders langs de kant die we hard nodig hebben. Daarbij groeit de groep werkenden tot en met 2030 nog, maar daarna niet meer, terwijl de groep 65-plussers toeneemt. Nu staan er drie werkenden tegenover één 65-plusser, en dat wordt twee op één. Ook geopolitiek speelt mee, van een mogelijke vrede in Oekraïne tot de opschaling van Defensie.
Q: Hoe kan recruitment verzuim helpen voorkomen?
A: Door te zorgen voor de juiste persoon op de juiste plek, met de juiste verwachtingen. Waasdorp zegt erbij dat hij geen verzuimspecialist is en dat je met goede recruitment geen verzuim van 10 procent naar nul brengt. Maar quality of hire is volgens hem een van de sterkste middelen die er zijn. Toch gaat het in recruitment vaak over kosten en snelheid. Vraag je recruiters naar hun belangrijkste KPI, dan noemen ze allemaal quality of hire, terwijl nog geen derde het meet. Wie het wel meet, kijkt vaak alleen naar retentie. In sessies met CHRO's stapelen de voorbeelden zich op van wat recruitment, arbeidsmarktcommunicatie en employer branding goedkoop en effectief tegen verzuim kunnen doen.
Q: Wat levert een euro extra aan recruitment op?
A: Waasdorp rekent het voor. Voor elke euro die je aan recruitment uitgeeft, geef je vijf euro uit om afscheid van iemand te nemen, twintig euro aan flexibele arbeid en vijftig euro aan ziekteverzuim. Maak je van die ene euro twee, dan gaat de rest omlaag. Een assessment ziet hij daarom als een hygiënefactor voor quality of hire. Een paar euro extra aan de voorkant kan tien tot twintig euro aan verzuim of verloop schelen. Toch vinden organisaties die investering moeilijk, omdat ze het bewijs vooraf willen zien. Is werven een probleem, dan gaan alle sluizen open. Is de urgentie eraf, dan wordt recruitment weer een kostenpost.
Q: Welke vraag voorspelt of een nieuwe medewerker blijft?
A: Ga na nog geen maand naar de nieuwe medewerker en vraag of die het naar zijn zin heeft en of de werkgever heeft waargemaakt wat hij beloofde. Vraag de hiring manager of dit de hire is die hij hoopte te maken. Twijfelt een van de twee, dan is dat volgens Waasdorp het belangrijkste signaal voor verloop, met productiviteitsverlies en kans op verzuim. Pak die persoon dan vast, of kijk waar diegene intern verder kan. Gaat het vaak mis bij dezelfde hiring manager, dan weet je dat daar iets beter kan. Dat dit weinig gebeurt komt volgens hem door de ratrace. Recruiters willen het wel, maar hebben er de tijd, de middelen en de training niet voor.
Q: Waar zit de grootste krapte op de arbeidsmarkt?
A: In alles met vakmanschap. In 2034 heeft Nederland volgens Waasdorp meer denkers dan doeners. Van de instroom op de arbeidsmarkt is nog maar één op de drie een doener, van de uitstroom twee op de drie. Dat raakt installatie, zorg, bouw, Defensie, energie en water, en al het werk aan wegen en bruggen. Mensen die er beleidsnotities over kunnen schrijven zijn er genoeg, mensen die het werk uitvoeren niet. Hoewel krapte nu minder hoog op de agenda staat dan in 2021 tot 2023, verwacht hij dat werkgevers binnen zes tot twaalf maanden weer vol inzetten op werven en dat de arbeidsmarkt in 2027 weer op de agenda van directies staat.
Q: Hoe werf je vakmensen die niet op LinkedIn zitten?
A: Recruitment is de afgelopen tien tot dertien jaar vooral via LinkedIn en Indeed gegaan, zegt Waasdorp, maar hoe werf je een storingsmonteur of een lasser van 55? Intelligence Group ondervraagt al 24 jaar elk kwartaal 4.000 tot 5.000 Nederlanders tussen 15 en 67 jaar, steeds andere mensen, over wat ze belangrijk vinden, wat ze lezen en waar ze te vinden zijn. Praktisch opgeleiden, want laagopgeleid vindt hij een vreselijk woord, zijn daarbij zijn grootste groeimarkt. Toch raadt hij recruiters aan ook zelf met de doelgroep te praten. Wil je vuilnismannen werven, rij dan vijf dagen mee op vijf wagens. Hij noemt recruitmentmanager Ronald van Driel, die vooral luncht met hiring managers en met de doelgroep waarvoor hij werft. En een groot deel van je doelgroep zit niet online, die ontmoet je bij de poort van de concurrent.
Q: Waarom voorspelt een work sample test zo goed?
A: Omdat je op de werkvloer ziet of iemand het echt kan. Je kunt toetsen of iemand één en één kan optellen, zegt Waasdorp, maar kan hij dat ook onder druk, of in een vriescel van twintig graden onder nul? Hij noemt een voorbeeld van Kevin Wheeler over werken in een mijn op 800 meter diepte. De meeste kandidaten denken dat ze dat kunnen, maar pas als ze met een 3D-bril virtueel in de lift naar beneden gaan, weet je het echt. Stefan van Duin noemt dat een work sample test, en in combinatie met andere testen wordt de voorspelling betrouwbaarder. Een dag meelopen werkt ook goed, al is dat bij 100.000 sollicitanten per jaar lastiger dan bij een organisatie van 30 mensen.
Q: Waarom zijn afspraken om elkaars personeel niet te benaderen een probleem?
A: Omdat je daarmee schaarse mensen hun carrièrekansen ontneemt. Waasdorp ziet het nog op congressen in de zorg en bij gemeenten, waar het not done heet om bij elkaar te werven. Zulke herenakkoorden waren al verboden door de ACM en zijn volgens hem sinds ongeveer een half jaar zelfs strafbaar. Het gevolg is dat bureaus en detacheerders het veld krijgen en dat er volksstammen schaarse verpleegkundigen zijn die nooit benaderd zijn, terwijl ze elders betere kansen hadden. Het argument dat iedereen in dezelfde cao zit, accepteert hij niet. Elke cao heeft olifantenpaadjes, zoals tekengeld, een arbeidsmarkttoeslag of een schaal hoger. Concurrentie zorgt volgens hem voor innovatie en voor werkgevers die hun mensen meer koesteren.
Q: Voor welke markten levert Intelligence Group arbeidsmarktdata?
A: Voor heel Europa, de EU plus het Verenigd Koninkrijk. Intelligence Group doet elke twee jaar een kwart miljoen enquêtes, meer dan tienduizend per maand. Voor sommige klanten komt Amerika erbij als benchmark, maar betrouwbare kandidaatdata per staat zou volgens Waasdorp nog eens zo'n 150.000 interviews vragen. Nederland en België zijn goed voor zo'n 90 procent van het werk, met de DACH-regio daaromheen. Bureaus zijn een grote klant. Hun markt heeft het al jaren moeilijk, maar Intelligence Group verloor er geen klant. Ze gebruiken de data om talent te vinden, klanten te behouden en leads te genereren, steeds vaker met agents die het voorwerk doen. Omdat tussen de 20 en 25 procent van de werkenden in Nederland niet Nederlandstalig is, denkt hij voor 2027 aan een Engelstalige groep recruitment leaders binnen RLN.